Ga naar de inhoud van deze pagina.
Begroting na wijziging 2026 0.9 Versie Bestuur

Financiële uitgangspunten

Bij het opstellen van de begroting na wijziging 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 hanteren we een aantal uitgangspunten. Voor het programma Bedrijfsvoering zijn dit de volgende:

Personeel

  • Het personeelsbestand en de openstaande vacatures per 1 september 2025 vormen de basis voor de personeelsbegroting 2026. Er is rekening gehouden met een toename van de salariskosten op basis van Cao-afspraken en op basis van doorrekeningen vanuit de septembercirculaire 2025 van het Rijk.
  • Het financieel effect van de looncompensatie en de veranderingen in de formatie ten opzichte van de primitieve begroting 2026 is als volgt:
    • Looncompensatie: - € 69.000 (afname door financieel lagere cao-afspraken dan voorzien)
    • Wijzigingen in de vaste formatie: - € 269.000 (afname formatie)
    • Wijzigingen in het vaste budget voor inhuur: + € 188.000 (toename gericht op uitvoeren organisatieopgaven)

Automatiseringskosten en afschrijvingen

  • De automatiseringskosten stijgen als gevolg van indexering, digitaliseringsopgaven (waaronder digitale postverwerking en een nieuwe applicatie voor de gebiedsteams) en door een verschuiving van lasten van de salarisapplicatie AFAS (voorheen in externe kosten). De toename van de afschrijvingslasten hangt hiermee samen.

Externe kosten

  • Verschuiving van lasten Bureau Zelfstandigen Fryslân: Binnen deze begroting nemen we de uitvoeringslasten van Bureau Zelfstandigen Fryslân (Bbz en IOAZ) op in het programma Inkomen (voorheen Bedrijfsvoering). Alle dekking geschiedt vanuit de algemene uitkering, waardoor we deze uitvoeringslasten nu kunnen verantwoorden binnen het juiste programma. We blijven deze lasten op hetzelfde taakveld aan de gemeenten verantwoorden.

Dekking inzet eigen uren vanuit programma Werk en Participatie

  • Verschuiving van baten Eigen uren Participatie: Binnen deze begroting belasten we geen directe personeelskosten, ten aanzien van de onderdelen Werk, Participatie en Inburgering, meer door vanuit Bedrijfsvoering naar het programma Werk en Participatie. Alle dekking geschiedt vanuit de algemene uitkering, waardoor we deze uitvoeringslasten nu kunnen verantwoorden binnen het juiste programma. We blijven de verantwoording van deze personeelslasten op de juiste taakvelden aan de gemeenten aanleveren.